Toon van Nieuwkuijk zocht schuilplaats voor tientallen onderduikers in Diessen

Toon van Nieuwkuijk

Oud-Diessenaar Toon van Nieuwkuijk (geb. Diessen 1920 – overl. Bergeijk 2007) schreef in 1980 en 1981 in het plaatselijke Diessense blad Deusone tweewekelijks zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in een reeks van 28 artikelen onder de titel ‘Diessen 1940-1945’. Bij het 15-jarig bestaan van Deusone werden de artikelen gebundeld en in een kleine oplage verkocht.

In 1995 vormde de serie de basis van het Diessense oorlogsboek ‘In bange en in blije dagen’. Bijgaand treft u in een bijlage het originele verhaal van Toon van Nieuwkuijk, zoals het in Deusone stond. Toon van Nieuwkuijk werd algemeen in Diessen gezien als de centrale figuur in het lokale verzet. In zijn eigen verslag blijft zijn rol echter onderbelicht. Hij laat zich er niet uitgebreid over uit, maar uit zijn verhaal is wel op te maken dat hij verantwoordelijk moet zijn geweest voor de plaatsing van tientallen onderduikers in Diessense gezinnen.

Maar om te beginnen een passage over hoe hij voor het eerst  in aanraking kwam met onderduikers. Toon van Nieuwkuijk was in die tijd melkboer en kende het dorp op zijn duimpje – en de mensen kenden hem.

Onderduikers. Hoe het begon.

”t Was in juli 1943, dat iemand me met zijn fiets achterop reed, terwijl ik met mijn melktoer bezig was. Hij deed geheimzinnig, terwijl hij naar me toe kwam. Hij zei: “Toon kun je me aan een paar adressen helpen voor onderduikers. Er zitten er een paar bij mij thuis, maar daar kan ik ze niet houden”.

Ik kende hem wel, ‘t was een noorderling, die in Tilburg woonde en waarmee ik in verband met mijn werk regelmatig contact had. Hij vertelde, dat hij deel uitmaakte van een verzetsgroep. In die groep was hij bekend als Berend. Hij vroeg of ik in Diessen onderduikers wilde plaatsen en als contactpersoon optreden tussen onderduikers en verzetsbeweging. Ik wist eigenlijk niet precies, wat het allemaal inhield, maar ik beloofde een paar adressen te zoeken.

Daarmee begon het voor mij.

Op soortgelijke wijze zal het begonnen zijn voor velen, die zich met onderduikerswerk bezig hebben gehouden. En dat zijn er nog al wat, want er was volop werk aan de winkel. Er waren geweldig veel mensen, die door de Duitsers werden gezocht. De studenten, die de loyaliteitsverklaring niet hadden getekend, de andere mannen tussen 18 en 35 jaar, die zich niet hadden gemeld voor registratie of die een oproep voor tewerkstelling in Duitsland hadden genegeerd, de naar Duitsland weggevoerden, die clandestien waren teruggekomen, enz.

Om te voorkomen dat ze van hun bed werden gelicht, sliepen de meeste gezochten niet thuis. Maar voor mensen, die in steden woonden was het risico, dat zij bij een razzia  op hun slaapadres zouden worden gevonden dan nog erg groot. Wie bij familie of bekenden op het platteland een verblijfplaats kon versieren, maakte daar dan ook een dankbaar gebruik van, en dook onder. ‘t Zou maar voor korte duur zijn – dacht men – want de invasie kwam. ‘t Was nog slechts een kwestie van dagen.”

Lees het volledige verhaal in ‘Diessen 1940-1945 door Toon van Nieuwkuijk’ PDF